DAPHNE
Wat is voor jou de meest bijzondere plek in Utrecht?
“Ik zat net te denken wat er heel bijzonder is. Ken je Maarssen? Dat is zo uit de grond gestampt ineens. Als je in de trein zit en je kijkt naar buiten, dan is het treinstation eigenlijk best wel modern en nieuw. Alle huizen daaromheen zijn echt uit de grond gestampt en nieuw. En dan staat daar ineens Bizonspoor. En dat is een soort oud gelige kubus. Een soort bruine vlekken met een soort van schimmelachtige… Heb je het beeld voor je? Het blokje kots van Maarssen.”

“Het is heel opvallend. Want alles hier is nieuw en vers en fris. En dan heb je het winkelcentrum, wat volgens mij een belangrijk punt is in zo’n dorp. En dat ziet er uit als inderdaad een soort vergane glorie. Dat vind ik dan typerend voor Maarssen. Het is ook heel eerlijk. Een eerlijk stukje dorp. Iedere keer als ik in de trein zit kijk ik erna. Dan denk ik: Dat is toch interessant. Dat ze er niks aan doen. Dat ze het zo laten. Maar zich wel heel erg druk maken over het station. Dat dat er wel heel mooi en shimmy uitziet.”

“Kots is te hard. Het was ooit een soort moes geel. Maar door de zon is het wit, bladderig. En dan zie je al die schimmel vanaf boven naar beneden sijpelen.”

Hoe hoop je dat het Berlijnplein er over 5 jaar uitziet?
“In Amsterdam noord, dat is een soort hip Amsterdam. Daar staat een hele mooie banner: Amsterdam is niet het nieuwe Berlijn. Dat vond ik wel een hele goede quote. Veel Nederlanders gaan naar Berlijn. Want daar zou het dan nog echt alternatief zijn. Daar zou echt goede kunst gemaakt worden enzo. En Nederland probeert dat dan een beetje na te bootsen. Maar daar zijn we veel te calvinistisch voor. Te praktisch. Dat gaat hem echt niet worden.”

“Ik vraag me dan af: waarom heet dit hier Berlijnplein. Ik hoop niet dat wij dat dan gaan nadoen. Daar hebben wij helemaal de ruimt niet voor. Dan krijg je een soort nep Berlijn. Alsof je Madonna wilt ontmoeten en naar Madam Tussaud gaat.”