NIELS DE KOE


Wat is voor jou de meest bijzondere plek in Utrecht?

“De meest bijzondere plek is de johannes Vermeerstraat. Vlakbij het diakonessenhuis. Ik studeerde nog. Wij studeerden nog en ons eerste kind werd geboren. We hadden een heel mooi conservatorium pand. Dat was de oude drukkerij van het Utrechts Nieuwsblad. En dan hadden ze in de kelder, hadden ze allemaal studio’s gemaakt. Daar kon je zoveel mogelijk lawaai maken als je wilde. En boven was dan een woon, slaap kamer. We waren helemaal blij. Maar ja, toen waren we bijna klaar met onze studie. Toen kwam de eerste. Muurtje in de slaapkamer getimmerd. Daar kon dan een wieg achter. Maar ja, Later kwam de tweede al. En ja, we konden niet nog een muur in de slaapkamer. Dus we zaten echt omhoog.”

“Toen kwamen we terug van vakantie. En toen lag er een brief in de brievenbus. Er wordt u een woning aangeboden in de Johannes Vermeerstraat en u heeft drie dagen de tijd om te reageren. En het was natuurlijk al dag vier.”

“We hebben meteen gebeld. En toen zeiden ze: dan is de brief waarschijnlijk al naar de volgende kandidaat. Maar de brief lag er nog. Dus toen konden we nog komen kijken. Maar dan moesten we wel gelijk beslissen.”

“We zijn gelijk wezen kijken. Echt hele mooie woningen. Want het waren de woningen van de oude kapiteins, daar bij de kazerne, bij het stadion. Die woonden daar allemaal. Maar in de loop van de tijd werden alle mensen geherhuisvest.”

“Toen we gingen kijken lag er een oude hond voor de deur. Oud, open wond, de maden liepen eruit. Veel troep op straat. De buurt was niet echt 100 procent. Maar we hadden weinig keus. En het huis binnen was prachtig. Dus hebben we het toch gedaan.”

“We hebben er met veel plezier gewoond.”

Hoe hoop je dat het Berlijnplein er over 5 jaar uitziet?

“Ik zou het fijn vinden als het hetzelfde blijft. Hier beneden heb je de Vrijstaat. Dat is echt een geweldige plek. Hier was oorspronkelijk een theater gepland. Hier zou een theater komen. Toen had niemand daar meer zin in. Ze zeiden: we hebben al twee theaters in Leidsche Rijn. Toen hebben een aantal mensen hier bedacht: o, misschien moet het een andere plek worden. De Vrijstaat, dat boerderijtje staat er nog. Een hele bijzondere plek. In het licht van al die hijskranen. Dus ik hoop dat het hele mooie grasveld en dat daar omheen een soort artiestenkolonie wordt. Dat artiesten dit langzamerhand bezetten.”