OSCAR KOCKEN
Wat is voor jou de meest bijzondere plek in Utrecht?
“Ik weet dus niet precies hoe het heet, maar als je het zandpad hebt, aan de Vecht. En je fietst die de stad uit. Dan kom je op een gegeven moment bij een klein poortje. En dat is een poortje naar niks. Dat was ooit een groot landgoed. Nu staan daar in de verte wat hoge flats. En volgens mij is daar ook een verzorgingshuis. Maar het poortje van dat oude landhuis staat er nog wel. En het idee dat er een poortje is, dat naar niks gaat dat vind ik zo ontzettend mooi. Volgens mij stamt het uit 1700 of zoiets. Het zijn echt van die stokoude stenen en het suggereert dat daar een enorm rozenhof is. Maar er is niks. Dat vind ik het allermooist.”

“Ik ontdekte het toen ik een keer naar een van die forten toe fietste. Sowieso de ontdekking dat je in 15 minuten echt de stad totaal kunt verlaten. En dat je dan allemaal nieuwe dingen ontdekt. Vooral omdat je daar niets te zoeken hebt. Er is daar niks. Woonboten. Of als je bejaard bent, dan kun je daar kennelijk ook ergens wonen. Maar ik fietste naar een van de forten en toen ontdekte ik het.”

“Het is zo lekker uit de context. Dat vind ik er zo fijn aan.”

Hoe hoop je dat het Berlijnplein er over 5 jaar uitziet?
“Eigenlijk is het Berlijnplein de poort naar Leidscherijn, de poort naar niks. Hahahahah. Nee hoor. Ik vind het een fascinerend stukje. Een soort niemandsland. Heel lang hebben we onder vrienden, toen Leidscherijn nog echt in aanbouw was, het Utrecht Maanlandschap genoemd. Daar heeft het nog steeds nog wel iets weg van.”

“Ik vind dit er wel heel mooi uitzien. Dat met die trein overkapping. Dat er zulke initiatieven worden genomen, dat bevalt me wel heel erg. Ik vind het een grappig idee dat je hier gewoon boven een snelweg zit en dat er hier dat relatieve rust is. In alle hectiek.”

“Verder ben ik nog steeds erg benieuwd of het ooit af komt. Het is zo’n klassieker inmiddels geworden. Volgens mij gaat het heel leeg voelen als die stijgers en hijskranen weg zijn.”